Hoe vis ik met een hengel?

Vis is een waardevolle voedselbron. Alle zoetwatervissen zijn eetbaar en om ze te vangen is wel wat techniek nodig.

1. Verzamel levend lokaas in een potje of in je drinkbeker. Gebruik steeds lokaas uit de omgeving van de vis.

2. Kies een visplaats en houd daarbij rekening met de dagtemperatuur.

  • Vis op een warme dag in de schaduw en op diepere stukken.
  • Vis op een koude dag in ondiep water waarop de zon schijnt.
  • Kringen aan het wateroppervlak kunnen duiden op de aanwezigheid van vissen.
  • Kleine vissen duiden op de aanwezigheid van grotere vissen.

3. Maak een vislijn! Neem uit je survivalkit: een vishaak, een stukje kurk, een loodje en visdraad.

  • Neem enkele meter visdraad.
  • Prik een gatje in het midden van je kurkje en steek de visdraad erdoor met een stokje. Zo blijft je dobber op zijn plaats en is het achteraf nog verstelbaar.
  • Steek je visdraad door het gatje in het loodje, keer ermee terug en ga nogmaals door het gatje. Zo blijft het loodje op zijn plaats en is het achteraf nog verstelbaar.
  • Bevestig de vishaak aan een uiteinde van de visdraad met een halfbloedknoop.
    • Steek de visdraad door het oog van de haak
    • Sla het uiteinde 4 maal rond het staande deel.
    • Steek het losse einde door de lus en trek aan.
  • Hang het loodje juist boven de vishaak en de dobber voorlopig op een willekeurige hoogte boven het loodje.


4. Zoek een hengel. Kies hiervoor een stevige, maar relatief flexibele, rechte tak van zo’n 2 meter.

5. Knoop de vislijn aan de hengel. Zorg dat je genoeg draad hebt.

6. Bepaal de visdiepte door te schuiven met je dobber. Hoe hoger de dobber, hoe dichter bij de hengel, hoe dieper de vishaak en hoe dieper je dus zal vissen. Je vishaak moet zweven in het water.

7. Neem wat lokaas, hang deze aan de vishaak en gooi je vislijn uit.

8. Wacht nu voor onbepaalde duur! Wanneer de dobber ondergaat, heb je vermoedelijk beet. Haal de vis binnen!

Tips

- Het kurkje moet groot genoeg zijn om het loodje, de vishaak en het lokaas te kunnen dragen.
- Als je veel lokaas hebt verzameld, kan je wat rond de dobber gooien om de vissen te lokken.
- Gebruik altijd levend lokaas. De beweging zal de vissen aantrekken.
- Regenwormen zijn goed lokaas. Om ze te vangen, moet je ‘pieren lutsen’. Maak trillingen door op de grond te kloppen of met een steen over je wandelstok te wrijven.
- Een hengel is niet noodzakelijk bij het vissen. Je kan echter wel verder weg van de kant vissen en je zal je handen ook minder snel aan de visdraad snijden.

Je hebt de Flash player nodig om deze video te bekijken. Je kan deze hier downloaden.
Loading icon